Week 3 is begonnen. We zijn al over de helft van de vakschool en ik merk dat mijn lichaam langzaam wat meer went aan het fysieke werk. Deze week stond onder andere in het teken van aflakken, schuren voor de overstap naar synthetische verf en het gronden en aflakken van een deur. Ook leerde ik weer wat meer over hoeveel verf je moet pakken en wat er gebeurt als je daar te voorzichtig mee bent.
Maandag: aflakken en warmtepleisters


Maandag stond in het teken van aflakken: de ramen en de rabatdelen waren aan de beurt. Het ging eigenlijk net zo goed als vorige week, maar ik merk wel dat sommige details lastig blijven. Vooral die kleine kiertjes die strak tegen de kozijnen aan zitten. Het hangt er ook echt vanaf hoe je ervoor staat en vanuit welke hoek je kijkt; soms zie je het pas goed als je een stapje opzij doet. Voor die lastige plekjes is het bokkepootje echt een must-have.
Het besnijden ging best goed, maar waar ik nog mee stoei is de hoeveelheid verf op de kwast. Bij één onderdeel had ik de verf er iets te dik op gesmeerd. Je zag geen zakkers, maar na het opdrogen kon je wel zien dat het er net even te dik op zat. Weer een leermomentje voor de volgende keer. Wat ook een overwinning was: mijn onderrug! Ik heb zondag 8 uur lang een warmtepleister gedragen en dat heeft echt wonderen gedaan. Het voelt een stuk beter en de rit naar huis was een stuk aangenamer.
Dinsdag: de grote “reset” en leren rollen

Dinsdagochtend kregen we een verrassing: al het schilderwerk waar we de afgelopen tijd zo hard aan hadden gewerkt, moest er weer af. We hadden alles opgebouwd voor watergedragen verf, maar nu we gaan overstappen op synthetische verf moesten we weer schuren. De hele ochtend flink aan de bak. Een pittige klus, maar het voelde lang niet zo zwaar als in de eerste week. Er lijkt lichamelijk dus progressie in te zitten!
’s Middags mocht ik een deur gronden en aflakken. Op de deur zit een soort houten lijst, dus dat betekende eerst heel secuur afplakken. Daarna liet de docent zien hoe je een deur het beste rolt: de volgorde, de richting en de hoeveelheid verf. Het lijkt simpel, maar dat is het zeker niet. Ik merkte dat ik de roller veel te krampachtig vasthield en kreeg zelfs pijn in mijn handpalm. Bovendien droogt watergedragen verf razendsnel. Ik was zelf niet tevreden met het resultaat. Ik kon duidelijk de banen zien. Maar waar kwam dat door? Ik was uit angst voor zakkers te voorzichtig geweest en had te weinig verf gebruikt. Het was te droog om het zo maar te zeggen. Samen met de docent hebben we de andere kant gedaan met veel meer verf en een lichte druk bij het afrollen. Het resultaat was direct vele malen beter. Les van de dag: niet te bang zijn om verf in te zetten!
Donderdag: werken met synthetische verf

Na een “vrije” woensdag vol theorie en VCA-stof, zijn we donderdag gestart met synthetische verf. Dat is echt een wereld van verschil. Synthetische verf droogt lang niet zo snel als watergedragen verf. Waar je bij watergedragen verf echt tempo moet maken, heb je bij synthetische verf juist wat meer rust. Vooral de grondverf kun je nog lang nastrijken, wat het werken een stuk relaxter maakt.
Ik heb meteen het lesje van dinsdag toegepast: voldoende verf gebruiken. Ik heb de deur volledig in de grondverf gezet en dat ging nu vele malen beter. Het resultaat was veel egaler. Ook weer wat nieuws geleerd: kwasten die je gebruikt voor synthetische verf zet je niet in water, maar in lijnolie. Weer zo’n typisch verschil waar je in het begin niet bij stilstaat.
Vrijdag: kwasten, zakkers en de “schilders-bubbel”


Vrijdag stond in het teken van het fijne werk met de kwast. Ik heb de ramen in de synthetische grondverf gezet en de kozijnen afgelakt. Synthetische verf vloeit veel mooier en is “voller”, maar ik vond het toch lastiger om mee te werken. Op het eerste oog zat het er strak op, maar deze verf blijft langer “werken”. Toen ik later terugkeek, zag ik ineens wat zakkers tevoorschijn komen. Op de meeste plekken kon ik het nog herstellen, maar op een paar punten was ik net te laat. Het nastrijken maakte het daar niet mooier op, dus ik ben benieuwd hoe het er dinsdag bij staat.
Ondanks dat was het een topdag. Het vergt veel concentratie en ik ben nog niet de snelste, maar dat besnijden blijft leuk. Je zit op zo’n moment echt even in een “bubbel”. Alleen jij, de kwast en de verf. Kenners begrijpen vast wat ik bedoel; het werkt bijna ontspannend.
Een persoonlijke zijstap: de wekker om 05.00 uur
Naast het schilderen is er nog iets waar ik aan moet wennen: het ritme. Ik woon in Lobith en rijd elke dag naar Harderwijk. Omdat ik graag op tijd ben, stap ik om 06:30 uur in de auto. Dat betekent dat de wekker om 05:00 uur gaat. Voorheen stond ik rond 06:20 uur op en sliep ik als een roosje. Nu merk ik dat ik onbewust met dat vroege opstaan bezig ben. Ik word elke nacht wel één of twee keer wakker, meestal tussen 02:00 en 04:00 uur. In het weekend slaap ik prima, dus het zit echt in mijn hoofd.
Slaap is essentieel als je de hele dag fysiek bezig bent, dus ik baal er wel van. Heb jij de gouden tip om weer door te slapen bij een vroeg ritme? Laat het me weten via een berichtje op Linkedin of Instagram. Ik ben heel benieuwd hoe jij dat hebt opgelost!
Al met al was het weer een mooie week. Op naar de laatste week vakschool!

